Executieve functies

Executieve functies

Wanneer iedereen zwakke executieve functies (EF) zou hebben dan zou het verkeer een chaos zijn, dan kwam iedereen te laat op zijn werk en at iedereen de hele dag ijs omdat dat nu eenmaal lekker is. Executieve functies worden ook wel zelfregulerende- of uitvoerende functies genoemd. Het zijn vaardigheden waardoor je sociaal, efficiënt en doelgericht gedrag kunt laten zien. Neem een simpele taak als de tafel dekken. Je bepaalt met hoeveel mensen je gaat eten en hoeveel borden of bestek je nodig hebt, je bepaalt de volgorde van handelingen (eerst de borden, dan het bestek), je onderdrukt je impuls om de hond te aaien terwijl je met borden door de kamer loopt, en wanneer er een bord valt ruim je het maar snel op anders gaan anderen misschien door de scherven lopen. Deze dagelijkse taak kan in één keer goed gaan, maar er kunnen ook honderd dingen ‘mis’ gaan. Je kunt bijvoorbeeld de glazen vergeten, halverwege je aandacht verliezen en iets anders gaan doen of gefrustreerd raken over het gevallen bord waardoor je kwaad de kamer uit loopt.

EF bevinden zich in het voorste gebied van de hersenen; de prefortale cortex. Klik HIER voor een overzicht van alle EF. EF bepalen in hoge mate het schoolsucces, misschien nog wel meer dan de intelligentie. Waar intelligentie iets zegt over de verwerking van informatie die binnenkomt (input) zeggen de EF iets over hóe het kind een taak uitvoert (output). EF zijn pas uitontwikkeld in de beginnende volwassenheid (tot 25 jaar). Executieve functies ontwikkelen zich in een bepaalde volgorde. Zo leert een kind al op hele jonge leeftijd zijn impulsen te onderdrukken, ook wel inhibitie genoemd. Denk maar eens aan baby’s die je ziet twijfelen wanneer ze van een vreemde iets aangeboden krijgen (eerst denken dan doen). Metacognitie, waaronder het kunnen evalueren van je eigen gedrag komt pas later tot ontwikkeling.

Iedereen heeft een profiel van zwakkere en sterkere EF, dit is heel normaal. Soms zijn de EF echter zo zwak dat het kind wordt belemmerd in zijn dagelijkse functioneren. Zwakke EF kunnen vaak in verband worden gebracht met een aantal stoornissen, zoals angststoornissen, gedragsstoornissen en autisme. Zo hebben alle kinderen met ADHD zwakke EF. Een kind kan zeer intelligent overkomen maar bijvoorbeeld moeite hebben met een ‘eenvoudige’ rekentaak. Het kind heeft bijvoorbeeld moeite om te bepalen welke stap er als eerst gezet moet worden. Ook kan het kind het moeilijk vinden om zijn aandacht erbij te houden of om tussenoplossingen te onthouden waardoor het steeds in de war raakt. Kinderen met zwakke EF kunnen chaotisch, druk of juist sloom overkomen wat tot onbegrip van de omgeving kan leiden. Om de EF van een kind in beeld te brengen hoeft er geen zwaar onderzoek aan te pas te komen, maar kan een goede observatie of een leergesprek met een kind al een uitstekend middel zijn.

Ken je eigen EF!
Voordat je als leerkracht de EF van je leerlingen wilt verbeteren is het van belang dat je inzicht hebt in je eigen EF. Dit kun je doen middels deze observatielijst. Vervolgens moet je inzicht hebben in de EF van je leerlingen (en daarmee van hun onderwijsbehoeften) en vervolgens moet weten hoe je de EF kunt versterken.

                               

 

Jessie Hendriks MSc.
Orthopedagoog NVO, Edux Onderwijspartners

 

Reageren

Begeleiding en behandeling

Begeleiding en behandeling bij kinderen en jongeren met leer-, gedrags- en sociaal emotionele problemen.