Hoe een Integraal Kindcentrum het predicaat Excellent kreeg…

Hoe een Integraal Kindcentrum het predicaat Excellent kreeg…

Een interview met de directeur van IKC de Haren.

Brede scholen en integrale kindcentra (IKC) schieten tegenwoordig als paddenstoelen uit de grond. Maar is er dan ook echt sprake van een doorgaande lijn? In hoeverre wordt er écht vanuit het kind gedacht? Dit vraagt om een aanpak met visie, kennis, vaardigheden en een behoorlijke dosis lef. In deze aanpak dient het IKC bekeken te worden vanuit verschillende perspectieven.

  • Visie: allereerst dient er een sterk fundament te zijn waarop de muren van het IKC gebouwd kunnen worden.
  • Pedagogisch & didactisch: doorgaande lijn in pedagogiek, didactiek en zorg.
  • Organisatiestructuur: één leidinggevende, rollen en taken van het personeel, huisvesting.
  • Rijke dagprogramma’s: afstemming tussen onderwijs, opvang, opvoeding, ontspanning en ontwikkeling. Wat betekent dit voor de roosters, routines en inrichting van de speelleeromgeving?
  • Juridisch & financieel: bestuurlijk kader, zeggenschap en financiële middelen.

Een IKC waar de muren van het ‘huis’ stevig staan is kindcentrum de Haren. Vanaf 1 januari 2015 vormt dit kindcentrum het hart van de gelijknamige wijk in ’s-Hertogenbosch. Een basisschool en kinderopvang vormen samen één kindcentrum 0 -13: één organisatie, één pedagogisch-didactisch plan en één leidinggevende. De jury voor excellente scholen en de inspectie heeft dit kindcentrum als excellent beoordeeld. Met name de professionele leergemeenschap, de resultaten en het maatwerk, het brede aanbod en de doorgaande lijn worden geprezen.

Wij spraken met Hanneke van de Meerendonk, directeur van kindcentrum De Haren over haar visie en de manier waarop zij het kindcentrum heeft opgebouwd.

Een paar jaar terug werd je directeur van brede basisschool de Haren in de Brede Bossche School Haren Donk en Reit en startte je met de vorming van het kindcentrum. Wat was hiervoor de reden?
“Dat was echt in het belang van de kinderen. Zij hadden op een dag met zoveel verschillende professionals te maken dat ze daar last van hadden. Iedereen deed z’n best, maar er was geen goede pedagogische afstemming. Dat raakte mij persoonlijk en ik merkte dat dat ook iets was wat de medewerkers raakte.”
Van de Meerendonk vertelt dat het team destijds voor een keuze stond; gaan we voor een vijf gelijke dagen model of niet? Vrijwel iedereen vond dat dat niet in het belang van het kind was, want de kinderen hadden dan te veel ‘vrije tijd’. Gezien de thuissituatie van een groot aantal leerlingen in de wijk en de hoeveelheid incidenten die er plaatsvonden buiten schooltijd werd besloten dat er iets anders moest gebeuren.

“Toen ik in augustus 2010 als nieuwe schoolleider binnenkwam, was ik daar aanvankelijk alleen voor de basisschool. Maar als ik vanuit het kind redeneer dan kom ik er niet met alleen het basisonderwijs. Dan moest ik er ook de andere partijen bij betrekken.”

Er werd gekozen voor een kindcentrum met één team waarin het belang van het kind écht voorop stond. De eigen aanpak werd stevig onder het licht gehouden, omdat de kinderen in de wijk behoefte hadden aan meer structuur.

Wat was de eerste stap die jullie toen hebben gezet?
“Er werd al langer geroepen dat we een kindcentrum zouden worden, maar tot dan toe was er nog niets concreet gemaakt. We hebben toen een stip op de horizon gezet: 1 januari 2015 zijn wij een IKC met één visie, één pedagogische en didactische grondhouding, één team en één aansturing. Dit hebben we met iedereen besproken.”

Van weerstand was niet echt sprake. “Ik ben ook heel stellig geweest: we gaan het vanuit het kind doen. Als er weerstand kwam dan was dat vaak vanuit een ander (eigen) belang.” 

Die visie is het fundament van het IKC. Hoe zijn jullie tot deze gezamenlijke visie gekomen?
“Ik heb benoemd wat ik zag. Er deden zich incidenten met en tussen leerlingen voor die heel duidelijk waren voor iedereen”. Van de Meerendonk benadrukt dat in de visie het kind centraal staat: er wordt niet gedacht vanuit de bestaande organisaties, maar steeds vanuit wat het kind nodig heeft.

“We hebben een gezamenlijke bijeenkomst georganiseerd om de visie verder te concretiseren. De uitgangspunten van de Vreedzame School werden hierbij als leidraad gebruikt. We hebben de medewerkers activiteiten laten noemen waar de successen voor het oprapen lagen. Een voorbeeld hiervan was de voorleeswedstrijd die voor de leerlingen van de bovenbouw werd georganiseerd. Deze leerlingen zijn gaan voorlezen in de kinderopvang. De kinderopvang is ideaal voor leerlingen die het plezier in lezen verloren hebben. Het vertrouwen van deze leerlingen groeit enorm en de kinderen in de kinderopvang genieten er ook van. Het was verbazingwekkend hoeveel activiteiten er tijdens die bijeenkomst werden genoemd. Het waren er veel meer dan ik zelf aanvankelijk had gedacht. Ik merkte dat als het écht om de kinderen gaat, mensen best bereid zijn een stap te zetten.”

Sindsdien is er veel veranderd binnen de basisschool en de kinderopvang. Ten eerste heeft van de Meerendonk er voor gezorgd dat er meer fulltimers in dienst zijn gekomen, zodat het aantal gezichten voor de kinderen werd beperkt. Door combinatiefuncties te realiseren konden meer mensen fulltime aan de slag. Een pedagogisch medewerker is bijvoorbeeld werkzaam als onderwijsassistent tijdens schooltijd en vangt de kinderen ook op tussen de middag.

Een IKC dat staat als een huis is opgebouwd uit een aantal stevige muren (zie afbeelding). Één daarvan zijn de pedagogische en didactische kaders, waarbinnen zorg een belangrijk thema is. Hoe is dat bij KC de Haren georganiseerd?
“Er is een zorgoverleg 0-12 jaar. De intern begeleiders zijn hierin de aanspreekpunten. In het kindcentrum is er iemand aangesteld die een aantal uren zorgcoördinatie ‘Jonge kind’ heeft gekregen. Dit is een nieuwe - door ons zelf ingevulde - combinatiefunctie. De medewerker is afkomstig uit de kinderopvang en werkt zowel voor de opvang als het onderwijs. Deze medewerker heeft diverse combinatietaken gericht op preventie en verbinding. Op deze manier kan er preventief geïnvesteerd worden in zorggezinnen voordat de kinderen naar school gaan. Sinds 1,5 jaar zorgen wij ervoor dat ouders altijd aanwezig zijn bij overleggen waarin kinderen worden besproken met partners als de GGD. Voorheen was dat niet het geval en toen merkten we dat zaken niet altijd goed werden teruggekoppeld naar ouders. Dus sindsdien nodigen we álle ouders uit; ook als deze verstandelijk beperkt zijn. Het gaat immers over wat een kind nodig heeft; op school én thuis.”

Voor kinderen die een hele dag doorbrengen binnen een kindcentrum is een goede balans tussen ontwikkeling, onderwijs, opvoeding en ontspanning essentieel. Hoe bewaken jullie deze balans?
“Ook hier hanteren we als rode draad: het welbevinden van het kind staat centraal. Op het moment dat een kind zich niet prettig voelt, dan werkt het niet. Een kind mag na onderwijstijd ook even helemaal niks doen. We hebben een breed aanbod aan activiteiten waaraan ze deel kunnen nemen, maar dat hoeft niet.”

Het is natuurlijk heel mooi dat er een breed aanbod aan activiteiten is voor kinderen, maar niet alle kinderen maken hier gebruik van. Hoe zorg je er voor dat de kinderen die het juist nodig hebben profiteren van jullie aanbod?
“Het kan zijn dat we merken dat het welbevinden van een kind niet goed is. Dat er thuis te weinig aandacht is voor een kind, of  dat er armoede of onbalans is. Soms merk je ook dat ouders het even niet aankunnen. Dit wordt dan besproken in het zorgteam. Ouders en maatschappelijk werk betrekken we hier ook bij. Soms is het mogelijk een sociaal-medische indicatie op te stellen zodat het kind de mogelijkheid krijgt gebruik te maken van ons aanbod aan activiteiten.”

Een andere muur die stevig moet staan is de inrichting van de organisatie. In het algemeen wordt gepleit voor één leidinggevende. Hoe heb jij de school en de opvang in elkaar verweven?
“We hebben een managementteam ingericht met mijzelf, de vier unitcoördinatoren ( opvang, onderbouw, middenbouw en bovenbouw) en de twee intern begeleiders 0-12. Iedere unit beslaat ongeveer 100 kinderen en 10 tot 15 medewerkers. In een maandelijks overleg bespreek ik de inhoud in hoofdlijnen met ze. Alleen de personele en financiële zaken liggen meer bij mij. Operationele zaken laat ik zoveel mogelijk door de coördinatoren zelf doen. Ik heb functioneringsgesprekken met de coördinatoren en de coördinatoren voeren die weer met de overige medewerkers.”

Van de Meerendonk spreekt de coördinatoren en intern begeleiders een keer per week individueel voor een kort overleg. De coördinator voor de opvang is volledig uitgeroosterd voor haar coördinerende werkzaamheden. De overige coördinatoren zijn een dag per week uitgeroosterd en noemt van de Meerendonk ‘meewerkende voormannen’. “Ze staan op deze manier dicht op de werkvloer en kunnen zaken laag in de organisatie neerleggen”.

Bij IKC vorming kunnen de financiële en juridische kaders gezien worden als hobbels op de weg. Hoe ben je hiermee om gegaan?
“Aanvankelijk was er naast kinderopvang ook nog een aparte organisatie belast met het peuterspeelzaalwerk. Dit is ondergebracht onder de kinderopvang zodat we nu te maken hebben met twee organisaties. Omdat het hier twee verschillende wetgevingen betreft hanteren we ook twee begrotingen en twee financiële verantwoordingen. Soms worden er onderling facturen gestuurd wanneer er gebruik wordt gemaakt van elkaars diensten. Uiteraard lopen we wel eens tegen zaken aan. De twee moederorganisaties Kanteel en Signum helpen dan ook mee om dingen onderling op te lossen.”

Van de Meerendonk benadrukt dat het met deze hobbels allemaal wel meevalt. “Gewoon doen” en dan is er veel mogelijk volgens haar. “Je hebt als directeur van een kindcentrum een dosis lef nodig. Je moet het durven om een beetje buiten de lijntjes te kleuren.”

Wat zijn nog meer belangrijke eigenschappen als je als directeur een kindcentrum wilt bouwen dat staat als een huis? “Doorzettingsvermogen. Er komen zeker hobbels op je pad. Bijvoorbeeld een medewerker die in de ‘ja maar..’ modus zit. Daarnaast komt ook enige financiële en personele kennis goed van pas. Tot slot vind ik kennis van basisonderwijs én kinderopvang echt een pré. Het is echt belangrijk om elkaars taal te spreken.” Van de Meerendonk geeft aan dat dit zeker te leren is. Een IKC directeur die afkomstig is uit het onderwijs zal zich toch echt moeten verdiepen in de wereld van de kinderopvang alvorens hij hier goed leiding aan kan geven.

Inmiddels draait het kindcentrum ongeveer twee jaar. Welke resultaten merk je dat de transitie naar kindcentrum met zich mee heeft gebracht?


“We hebben tevreden kinderen en ouders. Je merkt dat ouders en kinderen trots zijn op onze benoeming tot excellent kindcentrum. Medewerkers zijn dat ook. In 2010 was het nog een probleem om personeel te vinden dat bij ons wilde werken. Inmiddels is dat probleem er niet meer!”

Van de Meerendonk vertelt dat er inmiddels echt een slag is gemaakt in het centraal stellen van de behoeften van kinderen: signalen van kinderen worden beter opgepikt en vertaald naar concrete acties. De sfeer binnen het kindcentrum is goed en het aantal incidenten is tot een minimum gereduceerd.

Tot slot…. Is er nog iets dat je onze lezers mee zou willen geven?
“Gewoon doen. Niet te lang praten, maar gewoon aan de slag gaan. En kijk vooral naar waar de kansen voor het oprapen liggen. De kleine successen die voor een positief gevoel zorgen. Het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit. Denk hierbij niet vanuit de bestaande organisaties en hou voor ogen dat het kind centraal staat.

Wil je Hanneke van de Meerendonk je eigen vragen stellen? Op 17 maart verzorgt zij samen met Edux een workshop op het AVS congres.


Karlijn Brouwers
Onderwijsadviseur

Reageren