Rekenonderwijs belangrijk? Reken daar maar op!

Rekenonderwijs belangrijk? Reken daar maar op!

Het rekenonderwijs, of zeg maar de rekentoets, is wat het onderwijs de laatste tijd bezig houdt. De rekentoets in het voortgezet onderwijs zou ingesteld worden om het rekenniveau van de leerlingen in Nederland te verbeteren. Voorlopig wordt de rekentoets (of in ieder geval het moeten slagen voor de rekentoets) uitgesteld voor leerlingen op het vmbo, mbo en havo, omdat het rekenonderwijs in Nederland nog niet op orde is. En dat brengt de discussie over het rekenonderwijs op gang. Hoe belangrijk is het rekenonderwijs eigenlijk?

Al vanaf jonge leeftijd leren en ontwikkelen kinderen zich, ook op het gebied van de rekenvaardigheden. Uit onderzoek blijkt dat baby’s al verschillen in hoeveelheden kunnen onderscheiden, peuters zijn bezig met het leren van vormen en ruimtelijk inzicht en in groep 1 en 2 van de basisschool wordt er expliciet aandacht besteed aan de voorbereidende rekenvaardigheden. Op jonge leeftijd leren kinderen rekenkennis en rekenvaardigheden, veelal spelenderwijs. Het aanbod is overzichtelijk en zeer concreet, bijvoorbeeld het tellen van potloden in de bak of het verdelen van snoepjes over alle leerlingen. Vanaf groep 3 wordt er steeds meer gewerkt aan het ‘echte rekenen’, dat wil zeggen het werken met cijfers en sommetjes. De opdrachten worden steeds minder concreet of spelenderwijs, maar juist abstracter. Zo wordt er niet meer geoefend met de daadwerkelijke snoepjes, maar staan de snoepjes afgebeeld in het rekenboek of –werkblad. Hoe verder kinderen komen op de basisschool, hoe meer abstract het aanbod in het rekenonderwijs wordt. Ze krijgen geen afbeeldingen meer van ‘snoepjes’, maar opgaven die verpakt zijn in een verhaal (redactiesommen of contextsommen).

Sommige kinderen hebben moeite om het rekenonderwijs bij te houden, met name het toenemende abstractieniveau. Uit onderzoek blijkt dat er een relatie bestaat tussen het niveau van de voorbereidende rekenvaardigheid van kinderen en het latere niveau van rekenen (zelfs voor het rekenen in het vervolgonderwijs). Onvoldoende gememoriseerde kennis van het rekenen tot 10 zal bijvoorbeeld in alle jaren van de schoolcarrière een belemmerende rol spelen. Vroegtijdige onderkenning van rekenmoeilijkheden is dan ook gewenst, net als goed rekenonderwijs en vroegtijdige hulp. Uit onderzoek blijkt dat 7 tot 15 procent van de kinderen ernstige moeite heeft met rekenen, 1 tot 3 procent van deze kinderen heeft zelfs een rekenstoornis (dyscalculie).

Goed rekenonderwijs
Goed rekenonderwijs is voor alle kinderen belangrijk, maar ook zeker voor leerlingen die moeite hebben met rekenen. Goed (of passend) reken-wiskunde onderwijs wordt door het masterplan dyscalculie omschreven als onderwijs waarbij een leerkracht het aanbod zo goed mogelijk afstemt op de ontwikkeling van de leerling en zijn/haar onderwijsbehoefte. Dit vraagt om een proces van observeren, signaleren, analyseren, registreren en interpreteren. Op basis van de waarnemingen en interpretaties door de groepsleerkracht kan het rekenonderwijs gepland en gerealiseerd worden. Het handelingsgericht werken (HGW) kan hierbij ondersteuning bieden, waarbij de inbreng van het kind altijd een meerwaarde is.

Het SLO heeft onderzoek gedaan naar de onderwijsfactoren op ernstige reken- en wiskunde problemen en dyscalculie. Hoewel er diverse rekenmethoden op de markt zijn, geven experts duidelijk aan dat de rekenmethoden geen reken-wiskunde problemen veroorzaken. Ze lijken zelfs weinig verschillen te laten zien in de opbrengsten die ze over het algemeen genereren. De bevraagde experts uit het onderzoek wijzen er juist op dat de leraar de belangrijkste factor is voor het neerzetten van goed rekenonderwijs, met name bij zwakke rekenaars. Het afstemmen van de aanpak op de onderwijsbehoeften is een van de belangrijkste factoren in de aanpak van de leerkracht (SLO, 2014).

Tips voor goed rekenonderwijs

* Bied als leerkracht een krachtige, korte directe instructie, waarbij er sprake is van expliciete uitleg en begeleide inoefening.
* De leerstappen bij de instructie dienen klein te zijn (de fasen van het handelingsmodel).
* Bied als leerkracht structuur (zowel in instructie, opgave als oefening) en herhaling.
* Ga terug naar de basis en zorg voor zoveel mogelijk concrete voorbeelden in de instructie en oefening. Rekenzwakke leerlingen vinden het vaak moeilijk om de abstracte voorstellingen om te zetten in concrete informatie. Zij weten als het ware niet wat ze aan het doen zijn tijdens het rekenen.
* Voor zwakke leerlingen is het advies om één oplossingsstrategie aan te leren, waarmee zij de sommen dienen uit te rekenen. Zorg dat de leerling vaste stappen wordt aangeboden, die consequent worden toegepast.
* Breng de onderwijsbehoeften van leerlingen goed in kaart, ook specifiek op het gebied van rekenen. Het uitvoeren van procesonderzoek of een rekengesprek kan een leerkracht helpen om meer zicht hierop te krijgen.

Het rekengesprek

In de dagelijkse praktijk kan de leerkracht gesprekjes met de leerlingen voeren tijdens de rekenactiviteiten. Het geeft inzicht in hoe de leerling denkt, hoe de leerling wil werken en in welke fase van de oplossingsstrategie de leerling bezig is. Door het rekengesprek spreken leerlingen verwachtingen uit. Deze uitgesproken eigen verwachtingen dragen bij aan het beheersen van de rekendoelen. Uit de onderzoeken van Hattie (2012) blijkt dat hoge verwachtingen van de leerlingen zelf zeer effectief zijn voor het halen van de beoogde rekendoelen. Rekengesprekjes zijn dus van essentieel belang in de interactie tussen leerkracht en leerling.

Wilt u meer informatie over goed rekenonderwijs en dycalculie onderzoek? 
Goed rekenonderwijs
Dyscalculie 

Wilt u liever iemand spreken of mailen? Neem dan contact op met Annemie Wouters-Mackus; tel. 06-51211103, awouters@edux.nl

 

Referenties
Hattie (2009). Leren zichtbaar maken. Hoofdstuk 4: Rotterdam: Bazalt Educatieve Uitgaven.
SLO, 2014. Dyslexie en dyscalculie een kwestie van aanpakken. Enschede: SLO.

Reageren

Blogberichten